De centrale stelling van het debat luidde: ‘Het bouwen van koopwoningen moet meer prioriteit krijgen dan het bouwen van huurwoningen.’
Verschillende visies op prioriteit
Hendriks (Samen Beter Nieuwkoop) was het eens met de stelling. Volgens hem is het belangrijk dat inwoners, en vooral jongeren, de mogelijkheid krijgen om een betaalbare koopwoning te bemachtigen. Daarbij wees hij op oplossingen zoals erfpachtconstructies, CPO-projecten (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) en andere manieren om koopwoningen betaalbaar te houden.
Splinter (SGP-ChristenUnie) was het daarentegen niet mee eens. Volgens hem is de behoefte aan huurwoningen momenteel groot, vooral om jongeren sneller aan een woning te helpen.
Zoet (CDA) nam een meer gematigde positie in. Volgens hem is vooral belangrijk dat er snel meer woningen bijkomen, met een goede balans tussen huur en koop.
Mix van woningen
Volgens Zoet moet bij nieuwe projecten ongeveer dertig procent sociale huur worden gerealiseerd, mede vanwege afspraken met provincie en rijksoverheid. Daarnaast ziet hij ruimte voor betaalbare koopwoningen voor starters, aangevuld met een kleiner deel duurdere woningen om projecten financieel haalbaar te maken.
Ook Splinter benadrukte dat starterswoningen essentieel zijn. Volgens hem moet de focus liggen op woningen in het lagere prijssegment, zodat jongeren daadwerkelijk een kans krijgen op de woningmarkt.
Hendriks voegde daaraan toe dat niet alleen voor jongeren moet worden gebouwd. Volgens hem kan woningbouw voor ouderen zorgen voor doorstroming, waardoor ook weer woningen vrijkomen voor starters.
Voorrang voor eigen inwoners
Tijdens het debat kwam ook de vraag naar voren voor wie er precies gebouwd moet worden. Hendriks pleitte ervoor om zoveel mogelijk woningen beschikbaar te maken voor inwoners van de eigen gemeente.
Volgens Zoet zijn daar deels mogelijkheden voor, maar zijn er ook wettelijke regels die bepalen dat woningen niet uitsluitend voor lokale inwoners kunnen worden gereserveerd. Hij schat dat ongeveer de helft van de woningen via regelingen aan lokale woningzoekenden kan worden toegewezen.
Splinter gaf aan dat gemeenten daarbij beperkt zijn door landelijke en regionale regels, maar benadrukte dat het belangrijk blijft om zoveel mogelijk kansen te creëren voor eigen inwoners.
Lees ook: Geen huizen door overvol stroomnet, provincie wil alvast ruimte aanvragen